Wij en het proces van Jezus?

 

Het lijden en sterven van Jezus heeft al elke generatie van de voorbije 2000 jaar bezig gehouden. Recent nog is er veel te doen geweest rond de film “The Passion of the Christ”. Deze film die vooral het lijden van de Christus in zijn laatste 12 levensuren portretteert heeft de meest uiteenlopende kritieken gekregen van zowel gelovigen als ongelovigen. Ik heb reacties gelezen van mensen die tot bekering zijn gekomen en zijn gaan inzien dat dit lijden een universele boodschap in zich droeg. Er zijn er anderen die ronduit afkeurend hebben gereageerd op de mate en de duur van geweld die wordt getoond of omdat er te weinig wordt stil gestaan bij Jezus’ handelen onder de mensen, volgens hen de kern van de boodschap en ons christelijk geloof. Ik wil hier geen promotor, noch een verdediger zijn. De film laat ik voor wat die is. Wat belangrijk is, is te beseffen dat dit lijden van Christus niet slechts 2 minuten heeft geduurd maar dat het een verschrikkelijke zaak moet zijn geweest en dat het gebeuren voor de eerste leerlingen en voor alle generaties gelovigen erna van grote betekenis was. Geen enkel ander thema in de evangelies krijgt zoveel aandacht als het lijden en sterven van Jezus, zeg maar zijn proces. En later verwezen Jezus eerste leerlingen steeds opnieuw naar deze gebeurtenis als een zéér belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van God en zijn mensen. Bekijken we dit proces daarom eens los van de beeldvorming van een of andere filmregisseur om te zien of er geen universele boodschap in te ontdekken is, ook voor ons vandaag.

 

De kruisdood stond in de Romeinse tijd bekend als de gruwelijkste dood. Van de geschiedschrijvers weten we dat er een bepaalde procedure werd gevolgd. De gevangene werd eerst in het openbaar vernederd door al zijn kleren uit te trekken. Hij werd dan op zijn rug op de grond gelegd en zijn handen werden aan een horizontale balk vastgespijkerd of gebonden en zijn voeten aan de verticale balk. Het kruis werd dan overeind gezet in een gat in de grond dat daarvoor gegraven was. Gewoonlijk werd er een houten pen aangebracht waarop het slachtoffer enigszins kon zitten, waardoor het volle gewicht niet aan de spijkers hing, om zo te voorkomen dat hij zou losscheuren. En daar hing hij dan, hulpeloos blootgesteld aan lichamelijke pijn, aan de spot van de omstanders, de hitte van de dag en de koude van de nacht. De kwelling duurde meestal een paar dagen.

 

Maar wat was dan de aanleiding voor de vroege dood van Jezus? Wie was voor zijn dood verantwoordelijk? Voor vele mensen hoeft er niet lang over nagedacht te worden en spreken de feiten voor zich. Voor hen werd Hij simpelweg als een misdadiger in het openbaar ter dood gebracht om twee redenen. Voor de Joodse Raad omdat Hij van godslastering beschuldigd werd, iets wat absoluut ontoelaatbaar was binnen de joodse religie. Voor de Romeinse rechtbank omdat Hij beschuldigd werd van politieke opruiing en aantasting van de keizerlijke autoriteit. Hij is in hun ogen wel een groot man geweest, een revolutionaire denker, maar die jammer genoeg voor Hemzelf, te vroeg slachtoffer werd van zijn eigen grootheid in de handen van bekrompen geesten van zijn tijd. Als de evangelisten echter hun verhaal vertellen over de gevangenneming, het verhoor, het vonnis en de executie van Jezus, krijgen we een totaal andere kijk op deze zaak. Ze leggen de verborgen dingen achter de façade bloot, de persoonlijke en morele motieven van de entourage enerzijds tegenover de aangevoerde onschuld en bijzondere houding van Christus anderzijds.

 

Laat ons eerst eens even zijn entourage onder de loep nemen.

 

De Romeinse overheid…

 

Het is bekend dat Pilatus door keizer Tiberius werd aangesteld als procurator (d.w.z. stadhouder) over de grensprovincie Judea en dat hij die functie van 26-36 na Christus vervulde. Hij kreeg de reputatie een bekwaam administrateur te zijn, met het kenmerkende Romeinse gevoel voor ‘eerlijk spel’. Maar door de Joden werd hij gehaat omdat hij hen minachtte. Hij provoceerde hen o.a. toen hij de Romeinse vaandels in Jeruzalem binnenbracht en het geld dat voor de tempel gegeven werd misbruikte voor het bouwen van een aquaduct. Koning Agrippa I beschreef hem in een brief aan keizer Caligula als ‘een zeer onbuigzaam mens die zowel genadeloos als koppig was’. Zijn alles beheersende doel was de handhaving van de openbare orde en die lastige Joden stevig onder controle te houden en zonodig iedere opstand of dreiging daarvan meedogenloos te onderdrukken. Het beeld dat ons in de Evangeliën van Pontius Pilatus geschetst wordt, komt met deze buiten-bijbelse bronnen overeen.

 

In het geval van het proces van Jezus  koos hij voor het compromis omdat hij een lafaard was.

 

Tot driemaal toe had hij verklaard dat Jezus onschuldig was en toch liet hij hem kruisigen. De eerste keer gebeurde dat op vrijdagmorgen nadat Jezus door het Sanhedrin was doorverwezen en hij na enkele vragen te hebben gesteld uitroept: ‘Ik vind geen schuld in deze mens’ (Luc. 23:4; Joh. 18:38). De tweede keer was toen Jezus teruggestuurd was door Herodes en hij tot de priesters en het volk zegt: ‘Gij hebt deze mens bij mij gebracht als iemand, die het volk afvallig maakt en zie, ik heb Hem in uw tegenwoordigheid verhoord en in deze mens geen enkele grond gevonden voor datgene, waarvan gij Hem beschuldigt. En ook Herodes niet; want hij heeft Hem tot ons teruggezonden. En zie, er is niets door Hem bedreven, dat de dood verdient’ (Luc. 23:13-15; verg. Joh. 19:4-5). De derde keer herhaalde hij zijn overtuiging van onschuld nadat het volk bleef roepen om een kruisiging: ‘Wat heeft deze dan toch voor kwaad gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden, waarop de doodstraf staat’ (Luc. 23:22; Joh. 19:6).

 

Natuurlijk, Jezus was onschuldig, natuurlijk eiste het recht dat Pilatus Hem zou loslaten.

 

We zien dat hij zich in allerlei bochten wringt als hij probeert Jezus vrij te laten en de Joden tevreden te stellen. Hij wil daarbij rechtvaardig lijken terwijl hij toch onrechtvaardig handelt. Hij probeert dat op vier manieren. 

1) Eerst zendt hij Hem voor verhoor naar Herodes in de hoop dat hij zijn verantwoordelijkheid om een beslissing te nemen kan afschuiven. Maar ook Herodes wil dit vuile werk niet opknappen en zendt Jezus terug zonder Hem veroordeeld te hebben (Luc. 23:5-12).

2) Daarna hoopt hij het volk aan zijn kant te krijgen door een eerste stap in hun richting te komen en halve maatregelen te nemen: ‘Ik zal Hem dus geselen en dan loslaten!’ (Luc. 23:16, 22). En geselen was in de tijd der Romeinen een verschrikkelijke ervaring waaraan slachtoffers soms bezweken. Aan het einde van de riemen werden harde puntige tanden aangebracht die als weerhaken in het vlees bleven vasthangen en een rug letterlijk openreten. Pilatus had gegokt dat dit bittere tafereel op het gemoed van het volk zou werken en hen dan tot andere gedachten zou brengen. Helaas voor hem!

3) Vervolgens maakt hij van de rechtspraak een onderhandelingskwestie. Hij wilde het op ‘een akkoordje gooien’ met de schreeuwende massa en stelt voor Jezus clementie te geven toen hij vroeg hem te ruilen met de moordenaar Barabbas. Dit was een uiterst gemene en huichelachtige truc. Clementie kan je immers maar geven aan boeven waar de schuld van bewezen is en die daarvoor een terechte straf uitzitten. Hij handelde dus opnieuw naar het oog van het volk en niet naar de taal van zijn geweten!

4) Toen ook dat gefaald had, probeerde hij dan maar zijn eigen geweten te sussen. Hij nam een schaal water en in het oog van de menigte waste hij zijn handen, zeggende: ‘Ik ben onschuldig aan zijn bloed’ (Matth. 27:24). Toen, nog voor zijn handen droog waren, gaf hij Jezus over om gekruisigd te worden. Hoe kon hij zulke grote schuld op zich laden direct nadat hij zichzelf onschuldig had verklaard? De menigte won. Waarom? Omdat ze tot hem zeiden: ‘Indien gij deze loslaat, zijt gij geen vriend van de keizer; een ieder, die zich koning maakt, verzet zich tegen de keizer’ (Joh. 19:12). Daarmee was de zaak beklonken. Hij moest kiezen tussen eer en ambitie, tussen principe en pragmatisme. Hij had al drie keer eerder moeilijkheden met keizer Tiberius gehad. Een vierde keer kon hij zich niet veroorloven.

 

Het Joodse volk en hun priesters…

 

Hoewel we Pilatus geenszins kunnen vrij spreken, moeten we wel erkennen dat hij voor een moeilijk probleem stond, een probleem dat door de Joodse leiders werd opgeworpen. Want zij gaven Jezus aan hem over voor verhoor, zij beschuldigden Hem van opruiende uitspraken en onderwijs en zij hitsten de menigte op om zijn kruisiging te eisen. Zij schoven valselijke politieke redenen naar voor omdat ze met hun religieuze redenen bij de Romeinse machthebber niet terecht konden. Daarom zei Jezus dan ook tot Pilatus: ‘daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde’ (Joh. 19:11). Er wordt hier wel het enkelvoud gebruikt voor Kajafas, maar uit een toespraak van Petrus weten we dat de joden van het Sanhedrin, alsook het joodse volk betrokken partij waren. Zo zei hij onder meer: “Mannen van Israël... deze Jezus die door jullie werd uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten. U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat een moordenaar gratie verleend zou worden...’ (Hand. 3:12-15).

 

Al vanaf het begin van zijn bediening had Jezus de gevestigde religieuze orde aan het wankelen gebracht. Hoewel Hij zich als een rabbi gedroeg, had Hij die positie niet langs de gebruikelijke weg verkregen. Hij had eigenlijk geen geloofsbrieven en Hij kon niet terugvallen op een juiste machtiging. Bovendien had Hij door zijn provocerend gedrag tegenstand opgeroepen, Hij ging met onfatsoenlijke mensen om, Hij vierde feest in plaats van te vasten en Hij overtrad het sabbatsgebod door mensen op die dag te genezen. Hij trok zich niet alleen niets van de traditie van de ouden aan, maar Hij verwierp die zelfs en Hij bekritiseerde de Farizeeën omdat ze de traditie boven de Schrift stelden. Die maakten zich drukker over allerlei regels dan om mensen, had Hij gezegd en ze hadden meer oog voor ceremoniële reiniging dan voor morele zuiverheid, en allerlei wetten waren voor hen belangrijker dan liefde. Hij had ze zelfs ‘huichelaars’ genoemd, ‘blinde leidslieden die de blinden leidden’, en Hij vergeleek hen met ‘witgepleisterde graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid’ (Matth. 23:27). Dat waren beschuldigingen die ze niet naast zich neer konden leggen.

 

Tegelijkertijd deed Hij buitensporige uitspraken. Hij zei dat Hij Heer van de sabbat was, dat Hij vergiffenis van zonden van Godswege kon geven, zijn Vader op een unieke manier kende en dat Hij zelfs God gelijk was. Dat was godslasterlijk, ronduit godslasterlijk. Toen ze Hem ten slotte voor het gerecht hadden gedaagd en Hem onder ede lieten getuigen, had Hij nog meer godslasterlijke uitspraken over zichzelf gedaan. Dat hadden ze met hun eigen oren gehoord. Dit op zich was voor hen al onacceptabel. De bewijsvoering verliep echter allerminst op correcte wijze zoals we uit het volledige relaas van het gebeurde kunnen opmaken en dat brengt ons bij de vraag welke andere motieven er speelden. Pilatus had deze motieven door en de evangelisten vermelden het: “Want hij wist, dat zij Hem uit nijd hadden overgeleverd’ (Matth. 27:18; verg. Marc. 15:1-10).

Afgunst was dus de andere motivatie en misschien wel de belangrijkste! Afgunst, de keerzijde van ijdelheid. Niemand is afgunstig op een ander als hij niet eerst trots op zichzelf is. En de Joodse leiders waren zeer hoogmoedig; ze waren trots op hun afkomst, hun nationaliteit, godsdienstigheid en moraal. Hun naijver ten aanzien van Jezus had in eerste instantie met gezag te maken. Jezus’ autoriteit was immers écht, moeiteloos, transparant, van God. Hij ondermijnde hun prestige, hun greep op het volk, hun eigen zelfvertrouwen en eigenwaarde, zonder dat dit alles bij Hem werd aangetast.

 

We kunnen niet naast de feiten heen. Hun schreeuw: “Kruisig hem, kruisig hem” bezegelde Jezus lot, terwijl hun geroep “Laat zijn bloed maar over ons komen” nog een profetische betekenis zou krijgen. Deze vaststelling was ook te horen in Petrus’ eerste redevoering na Jezus’ dood, een aantijging eigenlijk die niet ontkend werd door de duizenden joodse toehoorders. In tegendeel zelfs. Ze werden diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?’ (Hand. 2:36-37).

 

Judas Iskariot, genoemd de verrader en de overige lieden…

 

Het komt nog al eens voor dat mensen een zekere sympathie voor Judas uitspreken. Ze vinden dat hij er in zijn leven maar slecht vanaf gekomen is en dat hij sindsdien niet eerlijk behandeld is. ‘Als Jezus dan uiteindelijk moest sterven’ zo zeggen ze, ‘en het al in de sterren geschreven stond wie hem zou verraden, waarom moet Judas daar dan de schuld van krijgen? Hij was slechts een werktuig van de voorzienigheid, het slachtoffer van voorbestemming.’ Maar Judas valt door dit alles niet te verontschuldigen. Hij moet verantwoordelijk gesteld worden voor wat hij deed en hij heeft dat alles ongetwijfeld van tevoren overdacht. Jezus bevestigt dit en noemt hem schuldig toen hij zei: ‘Wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed, als hij niet geboren was’ (Marc. 14:21). Niet alleen Jezus veroordeelde hem, maar uiteindelijk veroordeelde hij ook zichzelf. Hij erkende zijn misdaad dat hij onschuldig bloed vergoten had, en hij gaf het geld waarvoor hij Jezus verkocht had terug en pleegde zelfmoord. Ongetwijfeld meer door wroeging dan door berouw. In ieder geval beleed hij zijn schuld.

 

Er worden meestal twee motieven voor het verraad van Judas aangevoerd. De eerste wijt zijn ontrouw aan politieke redenen omdat hij van Jezus de revolutionaire omwenteling had verwacht die Jezus blijkbaar niet op zijn agenda had staan. De vierde evangelist wijst echter op een ander probleem: zijn hebzucht. Dit werd duidelijk toen Maria van Bethanië een albasten kruik met nardusolie over Jezus voeten uitgoot, ter waarde van een heel jaarsalaris en Jezus deze daad goed keurde. Woedend geworden over het verlies van een heel jaarsalaris ging hij heen en verkocht Jezus voor nauwelijks een derde van dat bedrag (Matth. 26:6-16; Marc. 14:3-11; Joh. 12:3-8 en 13:29). Jezus waarschuwt ons niet voor niets met ‘wacht u voor alle hebzucht’ (Luc. 12:15).

 

Met Judas trok er ook een grote, met zwaarden en knuppels gewapende bende mee, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was uitgestuurd. Jezus zei tegen hen: “Met zwaarden en knuppels zijn jullie erop uitgetrokken om mij gevangen te nemen, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u mij niet gevangen genomen. (Matt. 26: 47-55). Meer gegevens over hen krijgen we niet. Sommigen waren in de week ervoor misschien zelfs aanwezig bij de Hosanna roepers, toen Jezus Jeruzalem binnenreed. Het was een allegaartje, een bende die blijkbaar graag aanpikte bij de notabelen van de gemeenschap en zich daardoor belangrijk wisten, als strijders en beschermers van de heilige traditie, en blind en zonder nadenken uitvoerden wat anderen van hen vroegen. Ook de soldaten vallen onder deze categorie. Er zijn onder hen ongetwijfeld enkelen geweest die de onrechtvaardigheid van het ganse proces moeten hebben onderkent, omdat het proces zich grotendeels in het openbaar afspeelde, maar die het excuus zullen hebben gehad van duty calls’ en ‘ik voer slechts de bevelen uit van mijn gezagsdragers’.

 

Zijn leerlingen en anderen…

 

We kennen allemaal de verloochening door Petrus. Jezus had het voorzegd. Voor de haan kraait zult gij mij driemaal hebben verloochend, had hij Petrus voorgehouden die daarop met harde toon zijn moed en toewijding verdedigde. De goedbedoelende Petrus bleek echter niet bij machte te zijn om zijn belofte te houden. Hij liep weg, bitter wenende. Ook van de andere leerlingen staat er niet veel fraais in het evangelie. Toen Jezus werd gevangen genomen sloegen ze allemaal op de vlucht en lieten hem in de steek (Matth.26:57). Voor deze groep van betrokkenen is het motief duidelijk angst en drang naar zelfbehoud. Het is zo begrijpelijk, zo menselijk…

 

…en wat dan met ons?

 

Mogen wij ons gelukkig prijzen er niet bij te zijn geweest? Zijn wij de risico’s niet ontlopen om zelf betrapt worden op onze ‘zondige’ motieven? Of denken we écht dat wij er anders mee zouden omgegaan zijn, mocht dit zich nu voordoen? Staan we immers vandaag niet veel sterker als ‘mensen’ en zouden we niet met zijn allen dit soort onrecht heftig bestrijden, een witte mars organiseren bv.? Dat soort onrecht zit toch niet meer in onze gedachten of in ons hart? Wij zijn toch geëvolueerd, of niet? Wel…laat ons hier a.u.b eerlijk blijven….

 

Het is te gemakkelijk Pilatus te veroordelen en geen oog te hebben voor ons eigen, eveneens vaak slinkse gedrag. We vinden Jezus wel een faire, toffe vent maar nu radicaal voor hem kiezen, zonder omwegen? Misschien gaan wij niet zover als de massa schreeuwenden en verkiezen wij Hem wél boven een moordenaar maar… beschouwen wij Hem dan wel als dé Rechtvaardige? Nemen wij zelf niet vaak onze toevlucht tot een compromis, of eren we Jezus niet makkelijk om de verkeerde reden (bijv. als leraar en niet als Heer).

 

Het is te gemakkelijk de Joodse religieuze leiders als schuldigen aan te wijzen. Maar onze eigentijdse houding tegenover Jezus wordt door die zelfde kwade hartstocht beïnvloed. Hij is nog steeds, zoals Dr. C.S. Lewis het noemde ‘een spelbreker’ We moeten niets van zijn inbreuk op ons privé leven hebben, zijn eis voor onze hulde, zijn verwachting van onze gehoorzaamheid. Ook wij willen van Hem af. Ook wij zien Hem als een verstoorder van onze individualistische koers en mentaliteit, als iemand die onze status quo aan het wankelen brengt, onze gezags- en machtsposities in vraag stelt.

 

Het is te gemakkelijk Judas als een uitgekozen slachtoffer te zien die het wel goedbedoelde maar een spijtige karakterfout had. Want hoe vaak dicteert hebzucht in onze levens niet de wet en slaat die onbarmhartig toe op alles en iedereen die dat bedreigt?

 

Het is te gemakkelijk een oog dicht te knijpen voor de bende met knuppels en stokken of voor de soldaten die slechts uitvoerden wat hun gezaghebbers opdroegen. Want hoe vaak volgen wij niet blind de BV’s van deze wereld omdat we ons liever met hen identificeren dan met de talloze weerloze slachtoffers. Hoe vaak doorklieft het fanatieke vasthouden aan en opleggen van principes of tradities de weg niet van ontmoeting en liefde en verzuurt zij niet de omgang tussen mensen en volkeren, ook nog altijd vandaag?. En, kennen we niet allemaal de onbegrijpelijke holocaust die vele miljoenen mensen heeft vermoord en die jaren lang heeft kunnen duren en waarbij achteraf zo graag werd gegrepen naar het excuus: “Ik heb slechts bevelen opgevolgd!’ Het gebeurt nog elke dag en het kan morgen weer opnieuw het geval zijn!

 

Het is te gemakkelijk de ontrouw van zijn eerste leerlingen te zien zonder dit verder te betrekken op onze eigen houding. We proberen maar al te vaak onder onze volledige toewijding aan Christus uit te komen door allerlei excuses of herinterpretaties van zijn boodschap. En hoe sterk speelt de angst of schaamte niet bij ons wanneer het erop aan komt over Jezus te praten met vrienden, kennissen of mensen daarbuiten. Slagen wij niet op de vlucht als het op dat vlak te heet wordt onder de voeten?

 

Het proces van Jezus, is het proces van zijn directe omgeving én die van ons geworden. De onschuldige werd door de schuldigen ter dood gebracht! En daar horen we op een of andere manier en voor een of andere reden indirect bij! Dit is een pijnlijke vaststelling, een pijnlijke conclusie die ons allicht zo fataal in de oren klinkt dat we ons kunnen afvragen: ‘Is dit dan geen hopeloze zaak? Wat nu?”

 

Goddank heeft Jezus zelf het laatste woord…

 

Er is immers ook een andere manier om naar het kruis te kijken dan als naar een pure moord! In de evangeliën voorzegde Jezus herhaaldelijk zijn lijden en dood en ging Hij vastbesloten op weg naar Jeruzalem om daar te sterven. In verband met zijn dood gebruikte Hij voortdurend het woord ‘moet’ en dit brengt niet een externe dwangmatigheid tot uitdrukking, maar zijn eigen innerlijke beslissing om te gaan vervullen wat over Hem geschreven was. ‘De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen,’ zei Hij (Joh. 10:11) en ‘Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en zou worden overgeleverd’. (Marc.8:31-33). En dan zonder enige beeldspraak: ‘Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af’ (Joh. 10:17-18). Dit is een erg belangrijke vaststelling en doet ons onontkoombaar de vraag stellen, WAAROM? Aan de ene kant weten we dat hij door menselijke gruwel ter dood werd gebracht. Aan de andere kant ging Hij vrijwillig, zelfs weloverwogen naar het kruis en zei Hij zelfs dat Hij dit had kunnen vermijden zo Hij dit gewenst had. Een passage uit Jesaja 53 keek vooruit naar deze gebeurtenis en werpt een heel apart licht op dit proces. Zo staat er:

 

Om onze zonden werd hij doorboord,

Om onze wandaden gebroken.

Voor ons welzijn werd hij getuchtigd

De striemen van zijn geseling brachten ons genezing.

Wij dwaalden als schapen,

Ieder zocht zijn eigen weg;

Maar de wandaden van ons allen

Liet de Heer op hem neerkomen.

Hij werd mishandeld maar deed zijn mond niet open.

Door een ontrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.

Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?

Hij werd verbannen uit het land der levenden.

Om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.

Hij kreeg een graf bij misdadigers,

Zijn laatste rustplaats bij de rijken;

Toch had hij nooit onrecht begaan,

Nooit bedrieglijke taal gesproken….

Mijn dienaar verschaft velen recht,

Hij neemt hun wandaden op zich.

Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen…

Omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood

En zich tot de zondaars liet rekenen.

 

Waw. Hoe toepasselijk! Het zijn met name deze woorden die de eerste leerlingen gebruikten om het lijden en sterven van Jezus te verduidelijken. En sedertdien doet de ganse christelijke gemeenschap dit!

 

Inderdaad! Wereldlijke en religieuze leiders hadden Jezus veroordeeld, gewone mensen en soldaten hebben Hem bespot en geslagen, zelfs zijn leerlingen waren te laf om voor Hem te kiezen. Zij allen samen, vertegenwoordigden ook de mensheid in haar geheel, zowel dezen uit het verre verleden als mensen van nu en de toekomst. In zekere zin stonden wij met zijn allen bij het kruis, met onze zondigheid. Maar, God zij dank, … we waren daar in zekere zin ook allemaal aanwezig om uit Jezus mond te horen: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen!” We kunnen alleen maar zeggen, wat een liefde, wat een geweldige liefde! Het is wat de kerkgemeenschap genade is gaan noemen, een vrije gift van God, totaal onverdiend maar met de grootste liefde gegeven! Het verschrikkelijke lijden en de gruwelijke kruisdood van Jezus waren als het ware Gods weg om onze vervreemding van Hem open en bloot te leggen terwijl zijn oneindig grote liefde zichtbaar werd toen hij ons temidden van dat alles vergiffenis schonk.

 

Het is van wezenlijk belang de twee aanvullende manieren om het kruis te bezien goed bij elkaar te houden. Het is dé hoop van deze wereld. Op het menselijk vlak gezien gaf Judas Hem over aan de priesters, die Hem overgaven aan Pilatus, die Hem overgaf aan de soldaten, die Hem kruisigden. Maar vanuit Gods kant bezien gaf de Vader zichzelf over in Jezus en gaf Jezus zichzelf over in de handen van de wereld om voor ons te sterven.

 

Vanuit Gods ogen gezien is de toestand van de mensheid geen doodlopend straatje. Wij hebben de zekerheid van Jezus zelf gekregen toen Hij zei: “Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen maar om haar te redden… want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enig geboren Zoon heeft gegeven opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft!  

 

Voel jij je aangesproken? Wil je met mij meebidden?

 

Lieve Heer, ik herken mijn eigen falen in het gedrag van de rechtstreekse deelnemers aan uw proces. Ikzelf kan me onmogelijk vrijpleiten nu ik dit proces overweeg. Ik zou het er niet beter van af hebben gebracht. Ik pleit even schuldig. Heb daarom oog voor mijn berouw, Heer. Wil mij vergeven zoals u dat gedaan hebt bij uw beulen destijds. Ik dank u dat ik daar kan op rekenen en dat ik mij volledig door u opgenomen en geliefd mag weten. Behoed mij nu voor het struikelen in mijn verdere leven. Wees mijn hulp en geef mij inzicht zodat ik u in alles zou kunnen behagen, zowel in mijn doen, mijn denken en mijn spreken. Amen.